Stad Groningen informatie |
Groningen stad Diverse info: Netnummer 050 Oorsprong van de stad Groningen
Groningen Sound uitspraak (info·uitleg) (Gronings: Grunnen, Fries: Grins) is de hoofdstad van de Nederlandse provincie Groningen en de grootste kern in de gelijknamige gemeente. De plaats wordt in grote delen van Noord-Nederland ook kortweg aangeduid met Stad. De gemeente Groningen had per 1 januari 2010 187.622 inwoners (bron: CBS). Hoewel de stad zelf een lager inwoneraantal heeft, behoort Groningen tot de tien grootste steden in Nederland. Groningen behoort tot de oudste steden van Nederland. Excentrisch gelegen was de stad historisch gezien vooral op zich zelf en de directe omgeving aangewezen. Als Hanzestad maakte Groningen deel uit van het Noord-Duitse handelsnetwerk. Later werd de stad vooral een regionaal marktcentrum dat zich ontwikkelde tot stadstaat. Sinds de Republiek hoorde Groningen nominaal bij Nederland, maar tot aan de Franse tijd bleef Groningen feitelijk een autonome stad, die heer was in het grootste deel van de provincie. Tegenwoordig is Groningen een stad met veel gevarieerde handel en industrie. Groningen is daarnaast vooral een studentenstad met bijna 50.000 studenten, van wie ruim 30.000 in de stad wonen. De stad werkt samen met de omliggende gemeenten in de Regiovisie Groningen-Assen. Naam Groningen
De oorsprong en betekenis van de naam Groningen en de oudere variant 'Groeningen' zijn niet zeker. Dichters probeerden het te koppelen aan een volksverhaal over ballingen uit Troje die onder leiding van een zekere mythische figuur Gruno (of Grunius, Gryns of Grunus) hier een nederzetting met Frygiërs uit Duitsland zou hebben gesticht in 453 v.Chr. (volgens een andere overlevering in 130 v.Chr.) en een kasteel hebben gebouwd aan de Hunze dat hij 'Grunoburg' noemde. Dat kasteel zou later weer door de Vikingen zijn verwoest en later zou mogelijk op de fundamenten hiervan de Sint-Walburgkerk zijn gebouwd. Er is echter geen enkel bewijs voor deze verhalen. Een andere theorie over de oorsprong is dat de oude naam Groeningen is afgeleid van 'Groen-inge'; "groene velde(n)". 'groen' zou daarbij van 'cruon' komen en een inge (of enge) is een oude Nederlandse benaming voor een open veld. In het wapen van Groningen (en de vlag) zou dit terugkomen in de groene streep; een groene strook land; tussen de Lauwers, de Eems en de Waddenzee. De dialectnaam Grunnen heeft dezelfde etymologie. Grun, van het oudere gruun en -inge werd vertaald naar -en of -ens, net zoals in de naam Kantens, dat vroeger waarschijnlijk Kantinge was en wat tegenwoordig nog steeds in het Gronings gebeurt, bijvoorbeeld Thesinge wordt Taisen. Zoals bij de meeste Groningse woorden die op -en eindigen, valt ook hier de -e weg, waardoor je de uitspraak grunn krijgt. Doordat het Groningen is, had het in het Gronings ook Grunnens kunnen zijn, zoals bij Kantens, wat de Friese naam Grins tevens verklaart (vergelijk ook Harlingen – Harns). In grote delen van Noord-Nederland wordt Groningen wel "Stad" genoemd, hoewel de meeste Friezen Grins zullen zeggen. Ten tijde van de Franse bezetting heette Groningen Groningue. Zelf noemen de inwoners zich "Stadjer" of "Stadjeder". De stad wordt ook wel de "metropool van het Noorden" genoemd. Stadjers noemen haar liefkozend ook wel "Groot Loug", dat wil zeggen "Groot Dorp". Zelf hebben de stad-Groningers als bijnaam: mollebonen. |
Historische plattegrond van Groningen
De bekende Martinitoren Groningen met zijn indrukwekkende hoogte van 97 meter aan de Grote Markt. |
|||
Geschiedenis van Groningen Groningen ontstond op de noordelijkste uitloper van de Hondsrug. De oudst bekende schriftelijke vermelding, villa Cruoninga, dateert uit 1040, maar vaststaat dat de huidige stad al ver voor dat jaar een bewoonde plaats was. De oudste archeologische vondsten binnen het gebied van de huidige stad zijn met behulp van de C14-methode gedateerd op circa 3950–3720 voor Chr. Een onafgebroken bewoning kan worden vastgesteld vanaf de derde eeuw. Groningen is waarschijnlijk ontstaan uit twee verschillende kernen, een lag rond het huidige Martinikerkhof, de andere tussen het Zuiderdiep en het Verbindingskanaal. Middeleeuwen De geschreven geschiedenis van Groningen begint in 1040 met de schenking door de Duitse keizer van goederen en rechten aan de kerk van Utrecht. Groningen moet op dat moment al een zekere marktfunctie voor de directe omgeving hebben gehad. De oudste kerk, de Maartenskerk, is blijkens archeologisch onderzoek gesticht rond 800. Deel van de schenking was ook het muntrecht, waar de Utrechtse bisschop ook gebruik van heeft gemaakt. Het aanvankelijk Drentse esdorp, werd in de middeleeuwen een belangrijke handelsplaats. De ligging, op de grens van Drenthe en Friesland, was daarbij van grote waarde. Na 1040 volgt een lange periode waar in de bronnen weer zwijgen over Groningen. Ruim een eeuw later is er sprake van heftige strijd tussen de bisschop en een deel van de inwoners van de stad. De bisschop beschouwt zichzelf als landsheer, maar de afstand tussen Groningen en Utrecht maakt het lastig voor de bisschop om daadwerkelijk macht in de stad uit te oefenen. Bisschop Hartbert tracht dat probleem op te lossen door de prefectuur op te dragen aan zijn broer. Door het ambt erfelijk te maken creëert hij echter direct een probleem voor zijn opvolgers. De prefect gaat zijn eigen koers varen, waardoor er zich in de stad naast de bisschop twee partijen ontwikkelen, de volgelingen van de prefect, en de stadjers die zichzelf in staat achten hun eigen belangen te behartigen. Om hun macht te tonen bouwden de stadjers in de dertiende eeuw op eigen gezag een omwalling. De macht van de bisschop, en de prefect, wordt ernstig aangetast in de slag bij Ane als bisschoppelijke troepen die orde op zaken willen stellen in Groningen, een smadelijke nederlaag lijden. Groningen zal zich daarna weinig meer van de bisschop aantrekken. Hoewel van een formele verlening van stadsrecht geen sprake is beschouwt de stad zich dan wel als stad. In het begin van de veertiende eeuw erkent bisschop Gwijde van Avesnes ook uitdrukkelijk de rechten van de stad.
Stadstaat
In de vijftiende eeuw beleeft Groningen een periode van grote bloei. Friesland is al sinds de veertiende eeuw het toneel van de twisten tussen Schieringers en Vetkopers. In het aangrenzende Oost-Friesland vindt in deze periode een vergelijkbare strijd plaats die uiteindelijk door de Cirksena's wordt gewonnen. Als grootste stad in het gebied beschikt Groningen over een aanzienlijke strijdkracht die een doorslaggevende rol kan spelen in lokale conflicten. Hoewel ook de stad zelf strijdtoneel is van de conflicten tussen Schieringers en Vetkoopers weet de stad zich na de zoen van Groningen op te werpen als pacificator van de omgeving. Binnen de huidige provincie wordt het Oldambt in deze periode een van de stad afhankelijk gebied. Met het Westerkwartier, Hunsingo en Fivelingo worden verdragen gesloten of vernieuwd die de invloed van de stad vastleggen of versterken. Ook over de Lauwers sluit de stad verdragen. In Kollum stelt Groningen een kastelein, ook in Oostergo wordt Groningen gezien als de enige kracht die voor rust kan zorgen. Leeuwarden accepteert een Gronings garnizoen. In Westergo weigert enkel Franeker de macht van Groningen te accepteren. De bloei van de stad blijkt ook uit de bouw van de huidige Martinitoren die in deze periode plaatsvind. De toren symboliseert de macht die de stadjers zich zelf toedichten. Groningen tijdens de Republiek Groningen had uiteindelijk zijn hand in Friesland overspeeld. De Duitse keizer had Groningen het potestaatschap over Friesland aangeboden, maar Groningen had dit als te duur, de keizer verlangde een jaarlijkse vergoeding, afgewezen. De keizer had het vervolgens aangeboden aan Albrecht van Saksen die het accepteerde. Het potestaatschap omvatte geheel Friesland, in de visie van Albrecht betekende dat niet enkel de huidige provincie Friesland, maar ook de Ommelanden met inbegrip van de stad. De stad was niet opgewassen tegen de macht van Albrecht en diens zoon George. Om het vege lijf te redden onderwierp de stad zich eerst aan de graaf van Oost-Friesland en later aan Karel van Gelre. Uiteindelijk wendde de stad zich tot Karel V en werd samen met de Ommelanden opgenomen in de Bourgondische Kreits. De stad koos uit eigen belang na het uitbreken van de opstand voor Spanje, maar sloot zich in 1594, de reductie van Groningen, alsnog aan bij de Republiek. Binnen het verband van de Republiek bleef de stad echter als dominante factor binnen het gewest Stad en Lande tot aan de Franse tijd feitelijk een zelfstandige eenheid. In 1606 woonden er (schatting van I.B.M. Matthey op basis van aantal fiscale haardsteden) ongeveer 16.600 mensen in de stad, hetgeen rond 1620 was gestegen tot ongeveer 20.000 en rond 1700 tot ongeveer 23.000 (in Stad en Lande als geheel wonen dan 96.000 mensen). Groningen kreeg in 1614 zijn universiteit, primair voor de opleiding van predikanten. Eveneens in de zeventiende eeuw werd de stad fors uitgebreid en kreeg zij een nieuwe omwalling. Die nieuwe vesting werd in het rampjaar 1672 vruchteloos belegerd door de bisschop van Münster, Bernhard von Galen. Ieder jaar op 28 augustus viert de stad de overwinning op Bommen Berend (zie Gronings Ontzet). In 1698 werd de vesting versterkt met 'Nieuwe Werken', namelijk de Linie van Helpman, ontworpen door Menno van Coehoorn. Franse tijd
De bijzondere positie van de stad, als Heer van grote delen van de provincie, eindigde in de Franse tijd. De Fransen sloten vrijwel alle universiteiten in Nederland, maar Groningen en Leiden mochten open blijven. Negentiende eeuw
Na de Franse tijd moest de stad zijn positie opnieuw bepalen. Formeel had de stad zijn overheersende positie in de provincie verloren, maar de stadsbezittingen in met name de Veenkoloniën bleven een flinke bijdrage aan de stedelijke financiën leveren. Het Stadskanaal werd verlengd tot aan Ter Apel. Richting Delfzijl werd de verbinding verbeterd door de aanleg van het Eemskanaal, terwijl het Hoornsediep werd uitgebouwd tot het Noord-Willemskanaal. De uitleg van de zeventiende eeuw had de groei van de bevolking twee eeuwen kunnen opvangen, maar begon in de loop van deze eeuw toch te knellen. Uitbreiding buiten de omwalling was niet mogelijk vanwege het militaire belang dat de stad als vesting had. Na de Frans–Duitse Oorlog van 1870–1871 werd duidelijk dat vestingen als Groningen militair geen betekenis meer konden hebben. De vestingwet in 1874 maakte dan ook een einde aan de Vesting Groningen, op de oude wallen ontstond het Noorderplantsoen en werd het Academisch Ziekenhuis gevestigd. Buiten de oude omwalling ontstonden nieuwe wijken, eerst langs de Hereweg, later ook de Ooosterpoort en aan de noordkant. Twintigste eeuw In de twintigste eeuw breidde Groningen zich steeds verder uit, niet alleen in bebouwing, maar ook in oppervlak. Het dorp Helpman werd door Groningen geannexeerd, eerder hoorde het bij de gemeente Haren. De gemeentes Hoogkerk en Noorddijk werden in 1969 bij Groningen gevoegd. Groningen wordt in de twintigste eeuw ook een rode stad. In 1901 wordt Eltjo Rugge in de gemeenteraad gekozen, hij zal tot 1946 in de raad blijven en als wethouder een grote stempel zetten op de ontwikkeling van de stad. Met name de Oosterparkwijk is het product van deze sociaaldemocratische gemeentepolitiek. De Tweede Wereldoorlog is ook in Groningen een breuk met het verleden. De stad heeft een aanzienlijke Joodse bevolking. De overgrote meerderheid hiervan wordt door de Duitsers afgevoerd en keert niet terug. In 1945 gaat een groot deel van de binnenstad in vlammen op bij de bevrijding van Groningen. De gehele noord- en oostwand van de Grote Markt werden o.a. verwoest, de Martinitoren en -kerk bleven wonderwel gespaard. Na de oorlog breidt de stad zich verder uit. Aan de zuidkant verrijzen de wijken Laanhuizen, Corpus den Hoorn en De Wijert. De gemeentepolitiek, gezapig zoals overal in Nederland, wordt in het begin van de jaren zeventig opgeschud door de vorming van een meerderheidscollege onder leiding van Max van den Berg. |
De stedenmaagd van Groningen (schilderij in het stadhuis van Groningen); van ~1800.
Grote Markt Groningen na het bombardement in april 1945) |
|||
Geografie
Noorddijk 32.880 Oranjewijk 23.140 Herewegwijk en Helpman 22.940 Schilders- en Zeeheldenwijk 22.430 Korrewegwijk 16.710 Binnenstad 16.050 Stadsparkwijk 15.140 Hoogkerk 14.100 Oosterparkwijk 10.550 Oosterpoortwijk 7.660 Ligging van Groningen Groningen ligt op de noordelijke uitloper van de Hondsrug. Aan de west- en oostzijde van de stad lagen oorspronkelijk lager gelegen veengebieden. Ten noorden van de stad ligt het kleigebied van de Ommelanden. De Hondsrug vormt de historische landroute naar het zuiden, naar het noorden vormden de Hunze en de Drentsche Aa, later samengebracht in het Reitdiep, de verbinding met de zee. De centrumfunctie die de stad daarmee historisch al had werd in de loop van de eeuwen uitgebouwd door de aanleg van (vaar)wegen die vanuit de stad de hele provincie ontsluiten. Demografie Groningen is met ruim 187.000 inwoners een van de tien grootste gemeentes in Nederland. De bevolkingssamenstelling naar leeftijd van Groningen wijkt af van alle anderen gemeentes in Nederland door de extreme oververtegenwoordiging van de leeftijdsgroep van 20–25. In Groningen omvat deze groep 15,9% van de totale bevolking, terwijl het gemiddelde voor Nederland 6,0% bedraagt. Enkel Delft, Nijmegen, Utrecht en Wageningen hebben meer dan 10% inwoners in deze categorie, maar komen alle vier niet boven de 11,5% uit. Daarnaast kent de stad in vergelijking met steden van dezelfde omvang een relatief grote vestiging en groot vertrek. In 2008 vestigden zich ruim 15.000 mensen in de gemeente, terwijl er ruim 14.000 vertrokken, ter vergelijking, in Tilburg (met meer inwoners dan Groningen) vestigden zich net geen 10.000, terwijl er ruim 9.000 vertrokken. De vestiging kent een extreme piek in de maanden augustus en september. Indeling De stad wordt veelal vereenzelvigd met de gemeente, maar dat is niet correct. De gemeente omvat naast de stad ook een aantal dorpen. Voor een overzicht van die dorpen wordt verwezen naar de betreffende pagina. De stad is onderverdeeld in 5 stadsdelen en een groot aantal wijken. Bestuurlijk hebben de wijken overigens geen aparte status. Het CBS hanteert een eigen indeling, zie wijken en buurten. Hieronder volgt een overzicht van alle wijken in de stad Groningen: * Beijum * Hoornse Meer * Oranjewijk (*) Hoogkerk en Noorddijk worden door de oorspronkelijke inwoners nog steeds als apart dorp gezien en in het beleid van de gemeente Groningen wordt geprobeerd dit karakter in stand te houden. Inwoners van Noorderhoogebrug, Oosterhoogebrug en Ruischerbrug zien hun dorpen in mindere mate ook nog steeds als aparte plaatsen. (**) Ter Borch wordt grotendeels gebouwd op het grondgebied van de gemeente Tynaarlo, maar ligt wel tegen de stad aan. |
Grote Markt Zuidzijde, met een aantal horecagelegenheden, gezien vanaf de Martinitoren
|
|||
Religie en levensbeschouwing Groningen hoort samen met Amsterdam, de Zaanstreek en het oosten van de provincie Groningen tot de minst kerkelijke gebieden van Nederland. Voor zover de stadjers wel kerkelijk zijn, vertoont hun voorkeur een opvallend verschil met de directe omgeving. Het is niet bekend wie het christendom als eerste in de stad heeft gepredikt. In de Ommelanden was dat Liudger, in Drenthe was het waarschijnlijk Willehad. Of een van beiden daarbij ook de stad, toen nog een Drents dorp, heeft aangedaan is onbekend. De eerste kerk, een voorloper van de Martinikerk dateert overigens wel uit die periode. Tot 1594, de reductie van Groningen, was Groningen een katholieke stad. In 1559 werd de stad zetel van een bisschop en de Martinikerk verheven tot kathedraal. Na de reductie werd de Nederlands Hervormde kerk ook in Groningen de officiële kerk, maar zeker niet de algemene kerk. Een aanzienlijk aantal stadjers bleef katholiek, terwijl ook de doopsgezinden hun eigen plek in de stad hadden. In de zeventiende eeuw koos de kerkenraad van de stad de zijde van de contra-remonstranten en werd Franciscus Gomarus tot hoogleraar benoemd aan de hogeschool. In de negentiende eeuw was de universiteit broedplaats voor een beweging de andere kant op als Petrus Hofstede de Groot en anderen de Groninger richting vormgeven. De heftigste reactie tegen deze Groninger richting komt van Hendrik de Cock die dan predikant in Ulrum is. Zijn afscheiding leidt uiteindelijk tot de gereformeerde kerk, die ook in de stad velen bekoort. Halverwege de twintigste eeuw vindt er nog een afscheiding plaats als een aanzienlijke groep Groninger gereformeerden Klaas Schilder volgt in de vrijmaking. Voor de Tweede Wereldoorlog kende de stad een bloeiende Joodse gemeenschap die vooral in en rond de Folkingestraat woonde. De synagoge was na de oorlog door de gedecimeerde gemeenschap niet meer te onderhouden en dreigde geheel te verpauperen. Na aankoop door de gemeente werd het gebouw gerestaureerd en weer als synagoge in gebruik genomen. In 1956 kregen de Groninger katholieken weer een eigen bisschop met de oprichting van het bisdom Groningen. |
Sint-Jozefkathedraal
De synagoge aan de Folkingestraat |
|||
Verkeer en vervoer De autosnelweg A28 biedt een directe verbinding naar het zuiden richting Zwolle, Amersfoort en Utrecht. Op het knooppunt Julianaplein sluit de A28 aan op de ringweg van Groningen. Vanaf daar biedt de snelweg A7 verbindingen naar zowel het westen (Drachten, Leeuwarden, Amsterdam) als het oosten (Winschoten en de Duitse A31). Belangrijke verkeersaders naar de rest van de provincie zijn de N46 richting Eemshaven, de N361 richting Winsum, de N360 richting Delfzijl en de N355 richting Zuidhorn. Op zeven punten langs de voornaamste toegangswegen tot de stad zijn in de jaren negentig zogenaamde stadmarkeringen geplaatst. Ieder daarvan is door een andere kunstenaar ontworpen en ze zijn dan ook zeer divers qua ontwerp. De binnenstad van Groningen is voor autoverkeer opgedeeld in vier sectoren die onderling niet per auto bereikbaar zijn. Om van de ene naar de andere sector te komen moet men via de diepenring rijden. Dit zogenaamde verkeerscirculatieplan is in 1977 in het leven geroepen. Instigator en voorvechter van dit plan was (toenmalig) wethouder en huidig commissaris van de koningin Max van den Berg samen met (toenmalig) wethouder en latere burgemeester Jacques Wallage. Het VCP zou scherpe kritiek oogsten en leiden tot langdurige discussies tussen het gemeentebestuur en (vooral) binnenstadsondernemers. Spoorwegen
Groningen ligt aan de volgende spoorlijnen: * Zwolle - Meppel - Groningen Vanaf het hoofdstation, net ten zuiden van de binnenstad, rijden rechtstreekse treinen in de richtingen: * Assen – Zwolle – Amersfoort – Hilversum – Duivendrecht – Amsterdam Zuid – Schiphol (NS) Behalve het hoofdstation heeft de stad nog twee treinstations. Op de lijn naar Roodeschool / Delfzijl ligt station Groningen Noord, ook wel Noorderstation genoemd. Het derde station in de stad is Groningen Europapark. Dit station bevindt zich in de nabijheid van voetbalstadion Euroborg. Vanaf oktober 2007 doen treinen op het traject Groningen – Nieuweschans dit station aan. Treinen van en naar Assen zullen vanaf 2011, als het nieuwe station Groningen Europapark voltooid is, stoppen op het nieuwe station. In vroeger tijden reden er ook treinen via de Woldstreek naar Delfzijl (de Woldjerspoorweg) en via Sauwerd naar Zoutkamp (de Marnelijn). Lange tijd is er ook de NTM-tramlijn Drachten - Groningen geweest, die dwars door vele dorpen naar Drachten liep, met soms doorgaande stoomtrams richting Lemmer. Deze lijn is voor goederenvervoer tot 1985 in gebruik gebleven. Busvervoer
Groningen had oorspronkelijk een eigen Gemeentelijk Vervoerbedrijf. In het verleden reden er trams en trolleybussen, maar tegenwoordig rijden er alleen nog autobussen. De stadsbussen rijden tegenwoordig voor Qbuzz. Voor een overzicht van alle lijnen: zie openbaar vervoer in Groningen. Naast de stadsbussen is er een uitgebreid lijnennet vanuit Groningen naar bestemmingen in de provincie en plaatsen in Drenthe en Friesland. Deze bussen vertrekken vanaf het busstation, direct voor het hoofdstation. Vandaar vertrekken ook bussen naar Oldenburg en Bremen in Duitsland. Tramvervoer
In het verleden reed er al een Gemeentetram in Groningen, maar die werd op 12 december 1949 opgedoekt en vervangen door de trolleybus. Een van de plannen van het project Kolibri is om weer een tram door Groningen te laten rijden. Er is sprake van twee lijnen: een van het hoofdstation naar het Zernikecomplex en een van het hoofdstation via het UMCG naar Kardinge. De exacte route staat nog niet vast, daar mogen de bewoners over meebeslissen. De eerste lijn, waarmee in 2011 zal worden begonnen, moet in 2014 gereed zijn. De aanleg van de nieuwe tramlijnen wordt grotendeels gefinancierd met compensatiegelden voor het afblazen van de Zuiderzeelijn. Fietsverkeer
Omdat Groningen een studentenstad is en vanwege het verkeerscirculatieplan is de fiets een zeer populair vervoermiddel. Onder studenten en andere jeugdigen vindt een levendige handel in tweedehands fietsen plaats. Politie en gemeente voeren een schier hopeloze strijd tegen rondslingerende fietswrakken. Bij de reconstructie van het Stationsplein voor het hoofdstation is een ondergrondse parkeerplaats of opslagplaats voor rijwielen gebouwd, ook wel stadsbalkon genoemd. In 2002 heeft Groningen de titel Fietsstad 2002 gekregen. Luchtvaart
Vlak bij het dorp Eelde (Drenthe), zo'n 10 kilometer ten zuiden van de stad, ligt het vliegveld Groningen Airport Eelde. Naast vakantiecharters is er een lijnverbinding met Aberdeen. Scheepvaart
Groningen is nog steeds een belangrijk knooppunt van vaarwegen. De stad is ontstaan langs twee relatief kleine stroompjes, de Hunze en de Aa. Ten noorden van de stad kwamen deze samen, deze oudste verbinding met de zee is tegenwoordig het Reitdiep, dat vooral een functie heeft voor de pleziervaart. Richting Appingedam en Delfzijl werd al in de middeleeuwen het Damsterdiep gegraven. De capaciteit van dit diep bleek in de 19e eeuw onvoldoende, waarop het Eemskanaal werd aangelegd. Het oosten van de provincie, in het verleden met name belangrijk voor de aanvoer van turf werd ontsloten door het Schuitendiep en in het verlengde daarvan het Winschoterdiep. Via Veendam en Wildervank werd een aansluiting gemaakt richting Stadskanaal, zoals de naam zegt, het kanaal van de stad. Het Hogeland was bereikbaar via het Boterdiep. Richting Friesland werd eerst het Hoendiep gegraven, in de jaren dertig van de 20e eeuw werd het Van Starkenborghkanaal aangelegd als werkverschaffingsproject. Dit kanaal vormt de verbinding tussen de stad en Amsterdam via Lemmer en het IJsselmeer. De verbinding met Drenthe werd in de 19e eeuw verbeterd door de aanleg van het Noord-Willemskanaal, dat deels de functie van de Drentsche Aa heeft overgenomen. Het staat via het Verbindingskanaal midden in de stad in verbinding met het Eemskanaal en Winschoterdiep. |
Locatie van de Ringweg Groningen vanuit de sateliet
Het Centrale Station van Groningen vanaf het Museumeiland |
|||
Onderwijs Groningen is al eeuwenlang een studentenstad. De Rijksuniversiteit Groningen werd opgericht in 1614, en is daarmee na Leiden de oudste nog bestaande universiteit van Nederland. De universiteit heeft na een voortvarende start ook slechte tijden gekend, waarbij opheffing een kwestie van tijd leek. Op 1 oktober 2009 had de universiteit 26.700 studenten. Naast de Rijksuniversiteit heeft Groningen ook een vestiging van de Open Universiteit in het monumentale Calmershuis aan de Oude Boteringestraat. In de zelfde straat is ook de Volksuniversiteit gevestigd. Deze universiteit heeft meer dan 2000 studenten. Het hoger beroepsonderwijs geconcentreerd in de Hanzehogeschool is voornamelijk gevestigd op het Zernikecomplex. De hogeschool heeft ruim 24.000 studenten. Ook heeft de Stenden Hogeschool een dependance aan de Phebenstraat in de stad,waar de Pabo-opleiding gevolgd kan worden. Een aantal instellingen is elders gesitueerd, zoals het Prins Claus Conservatorium en Academie Minerva. De geschiedenis van de school gaat terug tot 1798, het stichtingjaar van de Academie Minerva. De oudste school voor voortgezet onderwijs is het Praedinius Gymnasium dat ontstond in de veertiende eeuw toen de Latijnse school werd gesticht. Die school trok leerlingen vanuit de wijde omgeving. Ook tegenwoordig trekken nog steeds leerlingen uit de provincie en uit Drenthe naar de stad om daar de middelbare school te volgen. Hoewel tegenwoordig gevestigd in Haren heeft het Henri Daniel Guyot Instituut zijn wortels in Groningen. Dit oudste doveninstituut van Nederland werd in 1790 gesticht door de predikant Henri Daniel Guyot. Het instituut stond jarenlang aan de beplante Ossenmarkt. Dit deel van de Ossenmarkt is nu vernoemd naar Guyot, ter plaatse staat tegenwoordig de rechtbank. |
Academie van de Rijksuniversiteit Groningen |
|||
Gezondheidszorg
Het UMCG is het academisch ziekenhuis van de universiteit. De geschiedenis van het ziekenhuis gaat terug tot 1797. Het eerste ziekenhuis was gevestigd in het Groene Weeshuis aan de Oude Ebbingestraat, later was het gevestigd aan de Munnekeholm. Na de slechting van de wallen in 1877 werd aan de oostzijde van de stad op het terrein van de voormalige stadswallen een nieuw ziekenhuis gebouwd. Dat bleek een uitgelezen locatie die ook voldoende ruimte bood voor groei. Waar in andere universiteitststeden de academische ziekenhuizen naar de periferie verhuisden zit het UMCG nog steeds vlak bij de binnenstad. Het Martiniziekenhuis is een fusieziekenhuis. Het Diakonessenhuis in De Wijert (locatie Van Ketwich) en het RKZ in Corpus den Hoorn (locatie Van Swieten) zijn hier in opgegaan. Tot 2009 kende het twee locaties, maar na uitbreiding van de locatie in Corpus den Hoorn is het oude Diakonessenhuis nu gesloten. |
Universitair Medisch Centrum Groningen
Het nieuwe Martini ziekenhuis |
|||
Sport Groningen heeft een rijke sporttraditie. De eerste Nederlandse wereldkampioen schaatsen (en baanwielrennen) Jaap Eden was een Groninger van geboorte. In 1905 werd Coen de Koning in Groningen de tweede Nederlander die de wereldtitel schaatsen behaalde. De plaatselijke voetbaltrots is tegenwoordig FC Groningen. Historisch gezien is Be Quick de belangrijkste club. Als enige Groninger voetbalclub heeft het een landstitel op haar conto (1920). Velocitas wist (in 1934) als enige de beker te winnen. Het stadion van FC Groningen is sinds januari 2006 de Euroborg. Voor de Euroborg gebouwd was speelde de plaatselijke FC in het Oosterparkstadion dat een capaciteit van 12.500 zitplaatsen had. Het stadion staat in het zuidoosten van Groningen en heeft een capaciteit van 22.329 zitplaatsen. Naast voetbal is basketbal in Groningen een grote sport. GasTerra Flames, vroeger Donar geheten en in de volksmond nog vaak zo genoemd, trekt al jarenlang de meeste toeschouwers in de Eredivisie en was drie keer landskampioen (in 1981/1982, 2003/2004 en 2009/2010). De basketbalvereniging speelt haar wedstrijden in de sporthal van het Martiniplaza. Ook de vrouwen van Celeritudo komen uit op het hoogste niveau. Volleybalclub Lycurgus en korfbalvereniging Nic. (landskampioen veld 1994 en 1998) hebben beide hun thuisbasis in de topsporthal van het Alfacollege nabij Kardinge en spelen allebei op het hoogste niveau. Evenzo horen Gijs Grizzlies (ijshockey, landskampioen 1986) in hun sport tot de nationale top. Ook de dames van hockeyclub Groningen spelen regelmatig hoofdklasse. De Groninger studentenroeivereniging Gyas heeft tijdens de Olympische Spelen van 2000 en 2004 twee maal zilver behaald met Anneke Venema in de damesacht in Sydney (2000) en Jan-Willem Gabriëls in de herenacht in Athene (2004). Ieder jaar, op de tweede zondag van oktober, wordt de 4 Mijl van Groningen gehouden, een van de grootste hardloop-evenementen van Nederland waaraan zo'n 17.500 mensen kunnen deelnemen. Van 1980 tot 2000 vond jaarlijks de Lauwersloop plaats, een estafettehardloopwedstrijd tussen Groningen en Leeuwarden. Het Pieterpad loopt door Groningen heen. De route geeft een goed beeld van de overgang tussen het van oorsprong Friese kleigebied en het Drentse eslandschap, waarbij de stad precies op het scharnierpunt ligt. In het noorden van de stad aan de oostelijke ringweg ligt de overdekte ijsbaan Kardinge, die een opvallend uiterlijk heeft. Naast een 400-meter ijsbaan omvat het complex ook een ijshockeyvloer, tennisvelden en fitnessruimtes. Het omvat ook nog een sportterrein met een 10-tal sportvelden. Zwemmen kan in Groningen in meerdere overdekte baden. Het enige openluchtbad, De Papiermolen, is sinds 2007 een rijksmonument. |
Kardinge sportcentrum
Euroborg stadion van FC Groningen |
|||
Economie en werkgelegenheid Groningen is steeds een belangrijke handelsstad gebleven en is tegenwoordig ook een centrum voor de voedingsmiddelenindustrie (suiker, tabak, koffie). De laatste jaren wordt er vanuit de gemeente veel nadruk gelegd op de zakelijke dienstverlening (voornamelijk in de ICT-sector) en de zogenoemde "Life Sciences". In 2004 telde Groningen rond de 125.000 arbeidsplaatsen, en is daarmee veruit de belangrijkste werkplek in het noorden. Na Groningen komt Leeuwarden met goed 55.000. Het gemiddelde aantal arbeidsplaatsen per inwoner is veel hoger dan dat van Nederland als geheel (696 per 1000 tegen 464 per 1000). De industrie neemt een steeds kleiner deel van de totale werkgelegenheid in de stad voor zijn rekening. Was in 1999 nog ca. 15% werkzaam in de industrie, in 2004 was dit afgenomen tot ongeveer 12%. Een onderdeel van de industrie waar Groningen wijd en zijd om bekend staat is de suikerindustrie. Groningen is de grootste 'suikerstad' in Europa en vervult traditioneel een belangrijke rol in de Nederlandse bietsuikerindustrie. De stad telde tot voor kort twee grote suikerverwerkende fabrieken binnen haar grenzen. De fabriek van de Suiker Unie, hoewel origineel gebouwd ten westen van de stad, is recentelijk helemaal door de uitbreidende stad omgeven en werd na de campagne van 2008/2009 gesloten. De productie in de laatste jaren bedroeg 250.000 ton met 250 werknemers. De enige nog overblijvende suikerfabriek is de CSM Vierverlaten in Hoogkerk. Deze produceert jaarlijks 235.000 ton suiker met 283 werknemers. In 2008 werd bekend gemaakt dat de vier grote opslagsilo's – van grote afstand zichtbaar – met nog eens twee zullen worden uitgebreid. In vroeger jaren vormde de suikerbietencampagne in het najaar een welkome bron van inkomsten voor arbeiders uit de verre omgeving. Duizenden van hen begaven zich ieder najaar naar de fabrieken. Zakelijke dienstverlening De zakelijke dienstverlening levert ongeveer 30% van de totale arbeidsplaatsen (in 2004 rond de 36.000) in Groningen. Hiermee is het de op één na grootste sector. Binnen de sector zijn er in gemeentelijk beleid een aantal subsectoren aangegeven die kansrijk worden genoemd. Dit zijn de ICT-sector, de Life Sciences, Toerisme en Energie & Milieu. Van deze subsectoren presteren vooral de eerste drie sectoren erg goed, met gemiddelde groeicijfers van rond de 5% per jaar van 1999 tot 2004. Het belangrijkste bedrijf in deze sector is de Gasunie. In 2005 is het bedrijf gesplitst in een handelspoot (GasTerra), en een bedrijf, onder de oude naam, dat het beheer heeft over het buizennet. Beide zijn in Groningen gevestigd. Handel en horeca De handel en horeca vormen de op twee na grootste sector binnen de Stadgroninger werkgelegenheid. In totaal waren er in 2004 rond de 20.000 arbeidsplaatsen, een aantal dat nauwelijks is veranderd in de afgelopen 5 jaar. In 2005 heeft Groningen de titel Beste Binnenstad van Nederland gekregen. Niet-zakelijke dienstverlening De aanwezigheid van de Rijksuniversiteit, de Hanzehogeschool, het Universitair Medisch Centrum, de Dienst Uitvoering Onderwijs en Groningens status als provinciehoofdstad en regionaal centrum maakt dat de stad een groot deel van zijn werkgelegenheid (meer dan 40% in 2004) te danken heeft aan deze sector. |
Het Gasunie gebouw
Korenbeurs
De voormalige suikerfabriek van de Suiker Unie tijdens de sloop ervan in 2010
Theodorus Niemeyer |
|||
Banden met andere steden Groningen heeft officiële banden met twee steden: San Carlos (Nicaragua) en Moermansk (Rusland). Verder onderhoudt de stad contacten met een aantal steden op de zogenaamde Noordelijke Ontwikkelingsas, een netwerk van plaatsen tussen Amsterdam en Sint-Petersburg: de Duitse steden Oldenburg, Bremen en Hamburg, de Deense stad Odense; de Russische stad Kaliningrad en de Estlandse hoofdstad Tallinn. Verder heeft Groningen samenwerkingsrelaties met Newcastle (Verenigd Koninkrijk), Graz (Oostenrijk), Katowice (Polen), Zlín (Tsjechië), Jabalia (Palestijnse Autoriteit), Tianjin en Xi'an (China). |
Copyright © 2009 - 2012 hotelgroningen.com